Verschillende werkvormen
Kenmerkend voor het Jenaplanonderwijs is de afwisseling tussen gesprek, spel, werk en viering. Op onze school gebruiken we daarvoor verschillende werkvormen.
De kring is bij uitstek geschikt om zaken met elkaar te bespreken. Dat kan een bepaald onderwerp zijn, het werk wat op het programma staat, of iets wat in de pauze gebeurd is.
Tijdens de werkperiode zijn kinderen zelfstandig of in kleine groepjes bezig met verschillende taken en opdrachten. De werkperiode vindt dagelijks in de ochtend plaats en daarin wordt vooral aan rekenen en taal gewerkt.
Door middel van spel kunnen kinderen veel leren. Dat kunnen bewegingsspellen zijn tijdens de gymlessen, maar ook allerlei leerspellen op het gebied van rekenen of Engelse taal. Ook zijn er regelmatig spelvormen (zogenaamde Klas- en Teambouwers) om de samenhorigheid van de stamgroep en het goed omgaan met elkaar te stimuleren.
Naast gesprek, werk en spel is er ook aandacht voor viering. Elke week sluiten we af met een viering in de hal. Alle kinderen en veel ouders verzamelen zich dan in de hal. Drie stamgroepen hebben bij toerbeurt de gelegenheid om te laten zien waar zij mee bezig zijn. Dat kan een lied zijn, wat ze ingestudeerd hebben of een dans. Maar ook zelf geschreven verhalen, een toneelstukje of enkele kinderen vertellen hoe ze iets gemaakt hebben. Bij jaarlijkse feesten, zoals Kerstmis, of het afsluiten van schoolthema's bij wereldoriëntatie worden speciale vieringen georganiseerd.
Al deze werkvormen wisselen we bewust af. Zo ontstaat een ritmisch weekplan.


